Ik ben weer aan het schrijven... Bekijk Mooie Dingen

Ceci n’était pas un chien

Geschreven door Huib, gepubliceerd op 12/02/18

Tijdens de afgelopen twee maanden heb ik een reeks korte verhalen geschreven over de diagnose van kanker en de latere dood van mijn lieve hond Mats. Ik heb ook delen gedeeld van wat dat voor mij betekende. Verhalen over hoop, deadlines en gewoon rouw. Ze is inmiddels al 20 dagen geleden gestorven. Ik heb tijd gehad om na te denken over (mis)communicatie en taal, geïnspireerd door het Magritte-schilderij ‘La trahison des images’. Dat betekent ‘de verraderlijkheid van afbeeldingen’.

‘Menselijke taal is als een gebarsten ketel waarop wij ruwe ritmes slaan voor beren om op te dansen, terwijl wij verlangen naar muziek die de sterren doet smelten.’ Gustave Flaubert

Met deze titel probeerde Margritte met taal uit te leggen dat zijn surrealistische olieverf op doek geen echte pijp was, maar een afbeelding van een pijp. Op dezelfde manier is taal niet echt, is het woord niet het object dat het probeert te beschrijven.

Als schrijver heb ik vaak in een ‘haat-lief’-relatie met taal. Kan een hulpmiddel dat kan worden gebruikt om werelden te creëren ook worden gebruikt om ze af te breken of een bol op een plat vlak te laten lijken?

Als ik denk aan de taal, word ik er vaak aan herinnerd hoe Stuart Chase op briljante wijze zijn boek ‘De tirannie van woorden’ uit 1936 introduceerde, waarin hij probeerde te laten zien hoe abstracte taal en retorica vervolgens werden gebruikt om de opkomst van het fascisme te bevorderen.

Hij schreef: “Dit boek is een experiment. Is het mogelijk om woorden met woorden uit te leggen? Kunnen enkele van de redenen waarom het zo moeilijk voor ons is om met elkaar te communiceren door middel van taal in hetzelfde defecte medium uiteengezet worden?”

Bijna een eeuw later geloven we nog steeds dat we taal nodig hebben om te communiceren. Maar is dat zo? Ik wil je graag een anekdote vertellen van twee weken geleden en daarna een contrast ‘schilderen’ met een scène met mijn moeders hond Jetje.

Pizza!

De afgelopen drie jaar hebben de inmiddels befaamde pizza-avonden van mijn vriend Arthur voor mij een wekelijks ritme gecreëerd. En ze zijn een zeer aangename traditie geworden. Zijn dochters kunnen beslissen wie ze willen uitnodigen, wat mij en een kleine groep vrienden gelukkig ook omvat.

Een van deze vrienden, S, is enigszins onhandig in sociale situaties, maar we hebben een manier gevonden om ons om hem heen te bewegen en samen van onze tijd te genieten.

Op deze editie van de pizza-avond zouden twee nieuwe mensen langskomen. Na drie dagen huilen vond ik het een prettige afleiding, dus besloot ik helemaal niet over Mats te praten. Het lukte me bijna, want de eerste die me begroette, vroeg of ‘alles goed was’.

‘Hmmm …’ antwoordde ik en ze vroeg ‘oh shit, is je hond dood?’ .Ik knikte en ze keek me vriendelijk aan. Dat was genoeg.

#metoo ?

Later in de keuken vertelde een andere vriendin van Arthur ons hoe haar dochter hevige hoofdpijn heeft en hoe men hen rond Kerstmis vertelde dat een hersentumor de mogelijke oorzaak kon zijn. Na meer onderzoek bleek dit een maand later niet het geval te zijn. Gelukkig.

Ik had gemakkelijk een ‘#me too’ kunnen doen. Mats werd rond Kerstmis ook met kanker gediagnosticeerd en was eraan overleden. In plaats van het gesprek op die manier over te nemen, zei ik ‘zo, wat zal jij geschrokken zijn’.

JA, riep ze uit en begon te praten over hoe het haar zelf had geraakt in plaats van over de buitenste laag, gevuld met abstracte medische woorden en gedoe met Leerplichtambtenaren.

Ik hoefde niet over Mats te praten om mijn eigen ervaringen met recente shock, angst, stress en verdriet te gebruiken om haar het gevoel te geven dat ik begreep waar ze het over had.

29 kilo verschil

De nieuwe mensen hadden een oude witte Chiwawa meegebracht; ongeveer het tegenovergestelde van een zwarte Dobermann. Ik nam het op mijn schoot, omdat het trilde van de zenuwen en aaide het diertje. “Ongeveer 29 kilo verschil met Mats”, grapte ik stilletjes tegen Arthur.

Toch niet stil genoeg. “Ah, heb je ook een hond? Wat voor soort? “, vroeg de mannelijke bezoeker aan mij. “Een Dobermann”, antwoordde ik, zodat ik om het onderwerp heen kon manouvreren zonder hem zich ongemakkelijk te hoeven laten voelen.

“Heeft? HEEFT? HAD !!!”, riep vriend S. “Hij is gestorven. Vorige week!”, corrigeerde hij de fouten in het gesprek en leek nogal tevreden over zichzelf.

Keuzes

Afgezien van het feit dat Mats een vrouwtje was en drie dagen daarvoor stierf in plaats van vorige week, viel deze interventie niet helemaal lekker bij mij.

Ik had hem op de kin kunnen slaan, maar de laatste keer dat ik dat deed, was toen ik vijftien was en een jongere vriend werd gepest. Ik had hem verbaal kunnen aanvallen en het hele gezelschap van streek kunnen maken.

Dus in plaats daarvan liep ik de tuin in. En huilde bijna letterlijk mijn hart eruit. Met gieren en uithalen als een jong kind.

Toen ik terugkwam in de kamer, wilde ik gewoon naar huis gaan en een fles wijn kopen. “Ga je nu al weg?“, vroeg S op een onwaardige toon. Het was duidelijk dat hij geen idee had van enige impact van zijn interventie.

De volgende dag stuurde ik hem een ​Whats-app bericht: ‘S, ik denk niet dat je enig idee hebt hoe het bij mij binnen kwam wat jij deed. Roep maar als je het wilt weten’. Hij reageerde met de vraag of hij me mocht bellen en we spraken twee dagen later af.

Ik besloot het hem te vertellen op de manier waarop ik het nu opschrijf: als een theater scène met verduidelijkte motieven en context. Ik geloofde niet dat hij van plan was om kwaad te doen. En het gebruik van veroordelende taal of het analyseren van zijn karakter zou niet helpen om wat meer subtiele vorm van communicatie tussen ons te bewerkstelligen.

S was geschokt en verontschuldigde zich oprecht. En omdat ik een paar dagen had gehad om de gebeurtenis te herkauwen, kon ik hem nu ook vertellen dat hij waarschijnlijk een knop in me had gedrukt die iets met mijn vader te maken had. Die ook niet bepaald de wereldkampioen van het subtiel uiten van sympathie was geweest.

Mijn vader liet mijn eerste Dobermann inslapen, toen ik 15 was, zonder dat ik het wist. Ik kwam thuis van school en haar mand was leeg. Ik heb hem dat – tot vorige maand – nooit vergeven.

Dat is een van de voordelen van huilen: wanneer verdriet wordt uitgedrukt in plaats van onderdrukt, is er geen behoefte aan pantsers en woede. Mats heeft me veel afscheidscadeautjes gegeven.

Jetje

Mijn moeder’s hond Jetje was de ‘geadopteerde pup’ van Mats. Toen mijn moeder haar bij de fokker ging ophalen, namen we Mats met opzet mee. Toen Mats stierf, was Jetje daar bij. En at tevreden het restant van Mats haar kluifje op, nadat ze in slaap viel.

Na de dood van Mats naar mijn moeder gaan, was een van de dingen waar ik het meest tegenop zag. Zou Jetje naar Mats gaan zoeken en haar missen?

Ik probeer altijd zo snel mogelijk door enge dingen te gaan. Ze hebben de neiging om kleiner te worden, als je ze gewoon maar recht voor de raap aangaat. Dus ging ik naar mijn moeder de dag nadat Mats stierf.

Jet was erg blij me te zien en zocht zelfs niet naar haar in de lift. Alsof ze het wist. Ik had wat speelgoed en botten van Mats als cadeau voor haar meegebracht en toen ik haar naam noemde, kwispelde Jetje gewoon met haar staart. Geen enkel teken van gemis of iets dergelijks. Verbazingwekkend.

Maar toen ik een uur later begon te huilen, omdat er plotseling een nieuwe golf van verdriet opkwam, sprong Jetje op mijn schoot en begon mijn gezicht te likken. En ik kon niet anders dan weer te glimlachen.

Het punt?

Onlangs besefte ik dat ik alleen over onderwerpen schrijf die ik niet begrijp. Mijn belangrijkste motivatie is om ze niet echt te begrijpen of om oplossingen of ‘tips’ te bedenken, maar om te onderzoeken waarom ik ze niet begrijp. Dan ga ik verder. En dit zou je ‘educatie’ kunnen noemen: leren van de nieuwsgierigheid van anderen.

De enige reden waarom ik ongeveer zeven jaar heb doorgebracht met het onderwerp Lyme, is de overvloed aan onderwerpen eromheen die verbijsterend zijn. Het lijkt erop dat mijn verdwaald raken in Lyme Land anderen heeft helpen inzien dat ze inderdaad niet gek zijn, zoals ze aangepraat wordy.

Dat de wereld steeds krankzinniger lijkt te worden op een steed meer onderwerpen, levert een schat aan mogelijkheden op dit voor een nieuwsgierige schrijver! Chase’s boek lijkt nog steeds relevant.

In dit geval kon ik niet echt begrijpen waarom mensen zoals S (of mijn vader) een sociale ‘radar’ volkomen lijken te missen en ik vond dat fascinerend in contrast met de perfecte reactie van mijn moeders hond.

“Proberen het gedrag van sommige mensen te begrijpen is hetzelfde als proberen de kleur van nummer negen te ruiken”, zei een vriend van mij onlangs. Misschien is dat het gewoon.

Onze keuze is om te reageren en te vergelden, of om te onderzoeken en te communiceren. Ik dacht dat dit het delen waard was.

Le chien?

Oh, de foto? Ik nam wat foto’s van Mats op de bank, vlak voordat we op haar laatste reis naar de dierenarts gingen. Dit deed ik voor het geval ik me ooit moest herinneren hoe ziek ze was, als ik me achteraf schuldig zou gaan voelen over de beslissing. Ze was helemaal op.

Toen ik mijn camera op de tafel legde, zag ik per ongeluk de wonderlijke afbeelding die je boven dit artikel kunt zien.

Voor mij leek het een Dobermann in precies dezelfde positie te tonen, als Mats in lag achter me op de bank was.

In werkelijkheid waren het maar wat kruimels tabak op een glazen ding op mijn tafel. Het was geen hond. Of in het Frans: ceci n’était pas un chien.

drs. Huib Kraaijeveld

In: Blog Filosofie Inspiratie Mats Sociaal

Bekijk hoe wij omgaan met persoonsgegevens in onze Privacyverklaring.